Wat laat je achter: hoe wil je dat mensen over je praten als je niet meer samenwerkt?

Stel je voor: over een paar jaar vertrek je bij je organisatie. Je draagt je taken over, neemt afscheid, loopt voor de laatste keer de deur uit. Een half jaar later valt je naam bij de koffiemachine. Een nieuwe collega vraagt: hoe was het om voor die persoon te werken? Wat zeggen je oud-medewerkers dan? In deze blog vertelt Bram de Jongh, managing partner bij Van Altena & De Jongh, over de nalatenschap van leiderschap.

De vraag die niemand stelt

De meeste leiders zijn bezig met de korte termijn. Kwartaalcijfers, doelstellingen, reorganisaties. Logisch, want daar word je op afgerekend. De impact die je echt achterlaat, zit niet in de cijfers. Die zit in de cultuur die je hebt gebouwd. In de manier waarop mensen met elkaar omgaan. In het gevoel dat medewerkers overhouden aan de periode dat jij aan het roer stond.

Twee scenario’s

Scenario A: je vertrekt en binnen een maand is het alsof je er nooit bent geweest. Processen draaien door. Niemand mist je stijl van leidinggeven. Medewerkers herinneren zich vergaderingen, targets en beoordelingsgesprekken. Je was functioneel. Je deed wat er van je verwacht werd.

Scenario B: je vertrekt en mensen vertellen verhalen over je. Over die keer dat je de vergadering onderbrak om te vragen hoe het echt ging. Over het moment dat je als eerste zei: ik weet het ook niet, help me meedenken. Over het feit dat je ruimte maakte voor fouten zonder ze af te straffen. Je was niet perfect, maar je was echt.

Het verschil tussen deze twee scenario’s zit niet in competenties of resultaten. Het zit in hoe je met mensen omging.

Wat scenario-B-leiders anders doen

Ze beginnen de maandagochtend niet met de actielijst, maar met een rondje: hoe staan we ervoor? Ze vragen het niet als formaliteit, maar wachten op het antwoord. Ze merken op dat iemand stil is en vragen er later op de dag naar, zonder publiek.

Ze zeggen in het MT: “Dit project loopt niet zoals ik had gehoopt. Ik heb jullie input nodig.” Ze staan toe dat een besluit wordt bijgesteld als er betere informatie komt, zonder gezichtsverlies te ervaren.

Bij een logistiek bedrijf vertelde de HR-manager over een directeur die na twee jaar vertrok. Ze zei: “Het gekke is, hij nam nooit de beste beslissingen. Hij stelde de beste vragen.” Dat team had het laagste verzuim van de hele organisatie. Niet door beleid, maar door de manier waarop hij de cultuur vormgaf.

De spiegel

Dit is geen lijstje met tips. Dit is een uitnodiging om jezelf een vraag te stellen die je waarschijnlijk zelden stelt.

Als je morgen zou vertrekken: zouden je oud-medewerkers zeggen dat je echt naar ze luisterde? Dat ze zich veilig voelden om eerlijk te zijn? Dat jij hen hielp groeien, ook op momenten dat het lastig was?

Of zouden ze zeggen dat je er was, dat je deed wat je moest doen, en dat het daarbij bleef?

Waarom dit ook de bedrijfsarts raakt

In de spreekkamer zien bedrijfsartsen het effect van leiderschap. Een medewerker die vertelt dat zijn leidinggevende nooit vraagt hoe het gaat. Een team dat niet durft te zeggen dat de werkdruk te hoog is. Een afdeling waar iedereen met vergelijkbare klachten komt.

Leiderschap is iets wat mensen in hun lijf voelen. Elke dag. Het is iets wat ze meenemen als ze ’s avonds thuiskomen.

Het antwoord bepaalt wat je morgen doet

Je nalatenschap als leider wordt bepaald door hoe je mensen hebt behandeld, niet door wat je hebt bereikt. Dat begint bij de vraag: hoe wil ik dat mensen over me praten als ik hier niet meer werk?

Het antwoord op die vraag bepaalt wat je morgen doet.

Wil je werken aan een gezonde leiderschapscultuur? We denken graag met je mee.